SCHAAL 1:1

SCHAAL 1:1

hoofdstuk 9. KLEIN BEGINNEN


Share this post

Tussen Dalfsen en Ommen.

HET BEELD van twee trigrammen: Wind boven, Hemel onder. Er zijn wolken aan de hemel, maar de wind drijft ze uiteen. Er is meer tijd nodig voor de wolken om zich te ontwikkelen, zodat ze uiteindelijk zwaar en zwanger zijn, om uit te regenen. Zonder regen kan er niets groeien, niets leven, zonder water kan niets ondernomen worden. Zonder twijfel komt er gauw weer een tijd van grote ambities en weidse gebaren, maar dat is voor later. Nu is het beter kleine stappen te maken en dicht bij huis te blijven.

Wind
Hemel

En er is HET BEELD van het hele hexagram. Tussen vijf ononderbroken lijnen, die de atmosfeer vertegenwoordigen, is er slechts één enkele gebroken lijn, die vochtigheid voorstelt. De lucht is verre van verzadigd en het zal dus voorlopig niet regenen. Het is nu een tijd van beetje bij beetje verzamelen, voorbereiden en opbouwen. Vergeet de grootse gebaren en vind genoegen in het maken van kleine stappen.

Een niet-verzadigde atmosfeer: Klein Beginnen.

Ik reed onlangs met de auto van Amsterdam naar Zwolle, en wat ik je over die reis te vertellen heb? Halverwege, bij Zeewolde, begon het voor even te regenen. Bij een stoplicht stopte ik een kauwgom in mijn mond. Even later een korte file, luisterboek, maar voor de rest niets bijzonders te melden. Ik maakte de rit erg vaak, ik ben de tel kwijtgeraakt. Ik ken het traject dus op mijn duimpje, zou je zeggen. Toch kan ik je over het tussenliggende land nauwelijks iets wetenswaardigs vertellen. Wat er groeit en leeft, over de boerderijen, de dorpen en steden, over de mensen die er wonen, de geschiedenis, de bossen … De resolutie van de reis, de resolutie van de beleving, is bedroevend laag.

I took a course in it, learning to read straight down the middle of the page, and was able to go through ‘War and Peace’ in 20 minutes. It’s about Russia.
Woody Allen

Over een periode van twintig jaar vloog ik met regelmaat van Schiphol naar Schwechat, Humberto Delgado, London City, Vantaa en Galileo Galilei. In naam veelbelovende bestemmingen, maar in werkelijkheid volstrekt uitwisselbare locaties met de uitstraling van een doorsnee koopgoot. Ik heb maar weinig herinneringen aan VIE, LIS, LCY, HEL en PSA overgehouden. Het interieur van het vervoermiddel gaf daar ook al geen aanleiding voor. Over de jaren heen had ik een handvol interessante gesprekken met medepassagiers, maar doorgaans doodde ik de tijd met lezen.

Stel je voor, een reis maken waar een middeleeuwse reiziger maanden, zo niet jaren, over deed - once in a lifetime - en bij terugkomst genoeg meegemaakt om de rest van zijn leven rond de haard sterke verhalen over te vertellen. En ik maakte daar hoog in de lucht zo’n reis, gelijktijdig op mijn iPad lezend over Marco Polo, Phileas Fogg en Redmond O’Hanlon. In plaats van waarnemingen en ervaringen te koppelen aan de omgeving waar ze bij horen, verbond ik al lezend de reis met de reis van anderen, de ervaringen van anderen. De resolutie van reis en beleving was geeneens 0, het was minus 0.

Door het leven gaan met oortjes in, luisterend naar een podcast of de nieuwste hits, een wereld zien en tegelijkertijd een andere wereld horen - dat heet schizophonia. Het splijten van de werkelijkheid in verschillende parallelle belevingen. Is er ook een naam voor het fysiek op reis zijn en daar niets van meekrijgen, omdat in verbeelding een totaal ander avontuur wordt beleefd? Ongetwijfeld, ik zal er eens The Matrix voor terugkijken.

Reizen met een resolutie van 0 of min 0. Vele malen legde ik de trajecten af, maar er zijn nauwelijks herinneringen van blijven hangen. Ik weet nog vaag dat ik op Schiphol incheckte en mijn bagage ophaalde op Schwechat Wat daar tussenin gebeurde: geen idee. ….

Een verre voorvader van mij scheepte zich in 1769 als soldaat in op het VOC-schip West-Friesland. Zijn reis vanuit Hoorn, met een stop in Kaap de Goede Hoop, naar Batavia duurde 299 dagen. Mijn vader, geboren op Java, maakte de tocht een aantal maal per stoomschip, door het Suezkanaal. Dat nam nog maar zes weken in beslag. Nu vlieg je in 13 uur en 20 minuten van Schiphol naar Jakarta. Nostalgie naar reizen met scheurbuik en onderdekse passages is natuurlijk flauwekul, maar in de 13 uur 20 minuten durende reis zit in vergelijking met de reizen van mijn voorvader en vader wel heel weinig verhaal.

In 1823 maakten twee Hollandse jongemannen van gegoede huize, Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp, een voettocht door Nederland. Het betrof een tijd ver voor de gelijkschakeling van winkelstraat, woonwijk en weiland. Ieder dorp had zijn eigenaardigheid, voorbij iedere bocht van de landweg lag iets onverwachts. Er was tijdens de drie maanden durende reis voor de twee jonge reizigers zo veel opmerkelijks te zien en te beleven dat ze er ieder een dagboek vol over schreven. Het dagboek van Van Lennep lees je in een keer uit en is actueler dan ooit, niet alleen omdat het de diversiteit van de samenleving en natuur prachtig beschrijft, maar ook omdat het laat zien hoe hoog de resolutie van beleving kan zijn, als je maar langzaam gaat, stap voor stap.

A tree as great as a man's embrace
springs up from a small shoot.
A terrace nine stories
high begins with a pile of earth.
A journey of a thousand miles
starts under one's feet

Tao Teh Ching 64 - vertaling van Gia Fu Feng

De voettocht van 1823 van Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp. Na tweehonderd jaar wordt er nog over gepraat.

‘Wat een handig ding zo’n zakkaart!’ merkte ik op.
‘Dat is nog iets wat we van jullie Natie hebben geleerd,'
zei Mein Herr, 'kaarten maken. Maar wij hebben het veel verder doorontwikkeld dan jullie. Wat is volgens jullie de grootste schaal die echt bruikbaar is?'
‘Ongeveer tien centimeter op één kilometer.’
'Maar tien centimeter!’
riep Mein Herr uit. ‘We kwamen al snel op één meter op één kilometer. Toen probeerden we honderd meter per kilometer. En toen kwam het grootste idee van allemaal! We maakten echt een kaart van het land, op de schaal van één kilometer op één kilometer!'
‘Heb jullie die schaal veel toegepast?’
informeerde ik.
‘Een kaart op die schaal is nog nooit uitgespreid,' zei Mein Herr: 'De boeren maakten bezwaar: ze zeiden dat hij het hele land zou bedekken en het zonlicht zou buitensluiten! Dus gebruiken we nu het land zelf, als zijn eigen kaart, en ik verzeker je dat het bijna net zo goed werkt.‘
Sylvie and Bruno - Lewis Carroll

Wat geweldig, zo’n fijnmazigheid! Overal is iets te zien en te ontdekken, overal leven verhalen. Onder iedere steen ligt wat verborgen. En dan die steen zelf, wat is zijn verhaal. Een boomwortel die het plaveisel omhoog heeft gedrukt. Een olifantenpaadje: wie zou daar mee begonnen zijn? Een vreemde straatnaam, een plastic flesje in de berm, een grote kei langs de weg, een stille doodlopende arm van de rivier, graffiti op een verlaten elektriciteitshuisje, iets dat de herinnering aan een vorige keer naar boven haalt, een overstekende slak, …

In Songlines komen landschap, herinnering, recente geschiedenis, kennis van de natuur, samenleving en mythologie samen.

De Australische techniek, die mogelijk 50.000 jaar teruggaat tot de eerste bewoning van Australië, is de basis onder de beroemde ‘droomtijdverhalen’, waardoor voor kenners het Australische landschap ‘zindert’ van oude kennis. De kennis van waterbronnen, oude verwantschappen en nog veel meer, werd van generatie op generatie volgens strakke rituelen vrijwel onveranderd doorgegeven. De aboriginal-techniek verweeft de lokalisatie van de geheugenpunten in een mythologisch verhaal, een extra element ten opzichte van het geheugenpaleis. Sowieso trekt de educatieve en psychologische functie van het verhaal de laatste jaren meer aandacht in de wetenschap. In een heel ander onderzoek werd bijvoorbeeld een paar jaar geleden al eens geconcludeerd dat het verhalen vertellen bij jagers-verzamelaars veel van de onderwijsfuncties lijkt te vervullen waarvoor in moderne samenleving kinderen naar school gestuurd worden.
Hendrik Spiering in de NRC

Mijn dochter tekende een aantal jaar geleden deze schatkaart, gesitueerd in onze directe omgeving. Hij heeft meer weg van de 'songlines’ dan van een moderne plattegrondkaart.

Hier beneden zie je de voorlopige 8>1000 kaart, waarop ik voor 8>1000 mijn dagelijkse vondsten inteken. De kaart is gemaakt op een 1:25000-schaal, dus 1 centimeter op de kaart staat voor 250 meter. Om de loop van de Vecht en de weg van Dalfsen naar Ommen aan te geven is die prima geschikt, maar een specifieke boom, een veerhuis, een olifantenpaadje of een ooievaarsnest bovenop een bovenleidingmast van de spoorweg kun je er niet op terugvinden. Dus ben ik begonnen de kaart van mijn directe omgeving te bezielen. Als ik maar lang genoeg doorga met het verbinden van wat ik tijdens wandelingen en fietstochtjes tegenkom met verhalen, dan ontstaat er als vanzelf een 1:1-kaart. Als je me dan vraagt: ‘Heb je die schaal echt toegepast voor je kaart? Hoe groot is die dan?’ Ik zal je antwoorden: ‘Een kaart op die schaal kan ik helaas niet uitspreiden. De boeren maken bezwaar: ze zeggen dat hij hun hele land zal gaan bedekken en het zonlicht gaat buitensluiten! Dus ga ik nu maar het land zelf gebruiken, als zijn eigen kaart, en ik verzeker je, dat zal eigenlijk nog beter werken ook!‘

De 1:1-kaart in wording.
Op landgoed Den Berg: 42. Vermeerdering
Bij de ingang van de parkeergarage: 17. Volgen.
Naast de Vechterweerd stuw: 27. Kaken.
Een nog later bekend te maken plek, want verzamelaars van eekhoorntjesbrood houden de beste vindplaatsen liever geheim: 14. Grote Oogst.

Wat ik altijd het interessantste vind, als ik gewoon met mijn neus over de straat loop, dat zijn de dingen die je het meeste vindt …’ Thomas A.P. van Leeuwen, kunst- en architectuurhistoricus.


Share this post
Comments

Be the first to know

Join our community and get notified about upcoming stories

Subscribing...
You've been subscribed!
Something went wrong